Terug naar zoekresultaten

2.05.161 Inventaris van het archief van het Nederlandse Gezantschap in Portugal (Lissabon), (1759) 1888-1954 (1957)

Bekijk de zoekhulp bij dit archief

Voer een zoekterm in
VorigeVolgende

Archief

Titel

2.05.161
Inventaris van het archief van het Nederlandse Gezantschap in Portugal (Lissabon), (1759) 1888-1954 (1957)

Auteur

G.P. de Vries

Versie

06-07-2021

Copyright

Nationaal Archief, Den Haag
1990 cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok

Gezantschap in Portugal (Lissabon), (1759) 1888-1954 (1957)
Gezantschap Lissabon

Periodisering

archiefvorming: 1888-1954
oudste stuk - jongste stuk: 1759-1957

Archiefbloknummer

Z80

Omvang

; 231 inventarisnummer(s) 8,00 meter

Taal van het archiefmateriaal

Het merendeel der stukken is in het
Nederlands

Soort archiefmateriaal

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefdienst

Nationaal Archief

Locatie

Den Haag

Archiefvormers

Gezantschap te Portugal (Lissabon), (1759), , 1888-1954 (1957)

Samenvatting van de inhoud van het archief

Het gezantschap vervulde eind 19e eeuw een belangrijke rol in de onderhandelingen tussen Nederland en Portugal betreffende Timor (Indonesië). Tijdens de Tweede Wereldoorlog had ze opnieuw een belangrijke rol, om de betrekkingen met het vrije en strategisch gelegen Portugal goed te houden. Ook de vluchtelingenzaken in die tijd vielen ten dele voor rekening van het gezantschap. Het gezantschap bestond in Portugal uit slechts een hele kleine staf, een gezant en een kanselier.
Het archief bevat onder andere stukken betreffende consulaire bijstand, betreffende Nederlandse vluchtelingen in Portugal en andere landen tijdens de Tweede Wereldoorlog, stukken betreffende gezanten werkzaam in Lissabon, betreffende overige Nederlandse consulaten in Portugal en Portugese koloniën, over politiek en handel in Portugal en haar koloniën, betreffende Timor en stukken over de moorden op de Portugese koning Don Carlos en kroonprins Louis Philippe en de Duitse gezant Baron von Baligand.
Tevens is in deze inventaris het archief van het Regeringscommissariaat voor de Nederlandse Vluchtelingen in Portugal over de periode 1940 1945 opgenomen.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer
Het gezantschap kreeg in 1893 een bemiddelende rol te spelen tussen de Nederlandse en de Portugese regering inzake het bepalen van een duidelijke en nauwkeurige grensbepaling tussen de beide bezittingen in Timor. In 1899 werden opmetingen gedaan, door een gemengde commissie. De bevindingen werden vastgelegd voor een tractaat, dat in 1904 tot stand kwam. Een meningsverschil ontstond over het gebied o'Kussi. De gemengde commissie gaf zijn opdracht terug en de kwestie werd langs diplomatieke weg in behandeling genomen. De overdracht van de souvereiniteit van de enclaves kon geen plaats vinden. In 1911 werd Maucator door Nederland bezet. Dit leidde ertoe dat Portugal niet op de Nederlandse voorstellen in ging en verlangde dat Nederland het gebied Marcautor terug moest geven. Nederland wilde de gebieden niet afstaan. De kwestie werd aanhangig gemaakt bij het Hof van Arbitrage. Het Hof besloot in 1917 dat de gebieden moesten worden afgestaan zoals dat in het Tractaat van 1904 was bepaald. In 1917 kon het verdrag pas worden uitgevoerd.
De bezetting van Nederland in 1940 had het gezantschap te Portugal van de ene dag op de andere tot een sleutelpost gemaakt. Portugal was na de bezetting van de Franse kust door de Duitse troepen in juni 1940 vanuit Engeland de gemakkelijkst bereikbare toegang tot het Europese continent. Voor de luchtverbinding met Amerika en Nederlands Indië was het een onmisbare schakel. Het handhaven van zo goed mogelijke betrekkingen met Portugal was voor de regering in Londen een levenskwestie. Bijna alle passages van personen naar het Westelijk halfrond en Azië gingen per vliegtuig via Lissabon en de Azoren, vanwaar de oversteek naar Brazilië werd gemaakt. Bovendien belandden veel vluchtelingen in Portugal, vanwaar zij naar Engeland of een andere bestemming wilden vertrekken. De realisering van die plannen was echter van veel formaliteiten afhankelijk, naast politieke bekwaamheid moest de Nederlandse vertegenwoordiging in Lissabon ook veel initiatief tonen.
De situatie ter plaatse was daarmee in schrille tegenstelling. Het gezantschap bestond slechts uit een gezant en een kanselier. Gezant J.G. Sillem was in 1937 wegens onbekwaamheid in Athene overgeplaatst naar Lissabon, waar hij voor het neutrale Nederland weinig kwaad kon verrichten. Sillem verkeerde overeenkomstig zijn verouderde taakopvatting uitsluitend in de hoogste kringen. Contacten met Nederlanders had hij nauwelijks. Aanvankelijk scheen Sillem de toestand toch min of meer meester te zijn. De vele vluchtelingen in Lissabon werden goed opgevangen door een vluchtelingencomité, waarvan hij beschermheer was en waaraan zijn echtgenote samen met de honoraire consul generaal W.F. Zeegers, vanaf de oprichting op 13 mei 1940 energieke leiding gaven. Sillem bemoeide zich echter nauwelijks met dit werk. Sillem gedroeg zich alsof Nederland nog neutraal was. Het duurde dan ook niet lang, of klachten over Sillem bereikten Van Kleffens. Deze deed voorlopig niets, hoewel hij wist hoe ongeschikt Sillem was om een belangrijke post als Lissabon te bezetten. De situatie werd nog verergerd doordat de ongeschikte gezant het voorwerp werd van kwaadaardige geruchten. Sillem heette te verkeren met de Duitse Gezant; zijn Duitse knecht zou de geheime cijfercode aan de Duitse geheime dienst hebben verkocht. Het kwalijkste van alles was echter Sillems mentaliteit. Hij was niet in staat zich geestelijk los te maken van de neutrale opstelling en een belligerente houding aan te nemen. Hij sprak over Duitsland niet als de vijand, maar als de goede buurman die een jammerlijke vergissing had begaan.
Deze houding, die Van Kleffens raak typeerde als 'negativisme' en de aanhoudende stroom van klachten, brachten begin 1941 Buitenlandse Zaken in actie. Van Kleffens verzocht Sillem disponibiliteit aan te vragen, omdat hij door inactiviteit, te weinig rapportage en zijn houding tegenover vluchtelingen ernstig tekort was geschoten. Op 1 mei droeg hij de leiding van het gezantschap over aan Van Pallandt nadat de Portugese regering geweigerd had voor de benoeming van Van Haersma de With tot gezant haar agrement te verlenen. Met het vertrek van Sillem, waren de moeilijkheden niet voorbij. Een winstpunt was echter dat Van Pallandt actief en enthousiast leiding gaf aan de veertig medewerkers van het gezantschap en het consulaat generaal. Minder gemakkelijk was de samenwerking met Van Harinxma thoe Slooten, die als gedelegeerde van de Regeringscommissaris voor de Vluchtelingen in Frankrijk, Spanje en Portugal doorgaans in Lissabon verbleef. Deze nam het niet, dat Van Pallandt samen met de vertegenwoordiger van het Bureau Inlichtingen mr H. Maas Geesteranus allerlei hachelijke acties ondernam met betrekking tot de vluchtelingen. Van Harinxma wilde het gezantschap zoveel mogelijk buiten de vluchtelingenzaken laten. Formeel was dat juist, maar voor het verkrijgen van doorreisvergunningen en uitreisvisa moest hij toch het consulaat generaal of het gezantschap inschakelen. Van Pallandt liet Van Harinxma echter begaan en pas in 1942 kwam er enige samenwerking tot stand, zonder dat het ooit een gezonde verhouding werd. Na het vertrek van Van Harinxma naar Londen in 1943 kwamen de vluchtelingenzaken onder de hoede van het gezantschap.
De volgende diplomatieke ambtenaren waren belast met de leiding van het gezantschap te Lissabon:
Periode Gezant
1861 1874 mr L.A.H. baron van Ittersum, zaakgelastigde.
1874 1876 mr D. Everwijn, minister resident.
1876 1881 J.A. Mazel, minster resident.
1881 1886 mr K.W.P.F. baron Gericke van Herwijnen, zaakgelastigde.
1886 1890 mr L.H. Ruyssenaers, zaakgelastigde (1888) minister resident.
1890 1899 mr J.D.C. baron van Heeckeren van Kell, minister resident.
1899 1904 jhr mr H. van Weede, minister resident.
1904 1908 jhr mr J.C.N. van Eys, minister resident.
1908 1914 mr dr W.I. Doude van Troostwijk, gezant.
1914 1924 jhr mr A. van der Goes, gezant.
1924 1930 jhr mr H.M. van Haersma de With, gezant.
1930 1932 G.H.W.M. ridder Huyssen van Kattendijke, gezant.
1932 1937 dr A. Loudon, tijdelijk zaakgelastigde (1934) gezant.
1937 1941 mr J.G. Sillem, gezant.
1941 1944 mr F.C.A. baron van Pallandt, zaakgelastigde.
1944 1945 dr R. Flaes, zaakgelastigde.
1945 1950 jhr P.A. van Buttingha Wichers, gezant.
1950 1956 mr E.N. van Kleffens, gezant.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Het archief van de diplomatieke vertegenwoordiging te Lissabon over de jaren (1759) 1888 1954 (1957) werd in 1961 overgebracht naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Het archief was geordend volgens het rubriekenstelsel. Alle ingekomen en uitgaande stukken werden in chronologische volgorde ingeschreven in de agenda. Aan de hand van de aan elk stuk toegekende en in de agenda vermelde code werden de stukken vervolgens opgeborgen in dossiers.
Bij eerdere inventarisatie van het archiefgedeelte tot 1945 is de oude orde ernstig verstoord en zijn ten onrechte stukken vernietigd. Aan de hand van de lettercode kon de oude orde bij herinventarisatie worden hersteld.
Tot 1948 maakte men gebruik van een alfabetische lettercode die in 1945 werd gewijzigd en uitgebreid met deelrubrieken. Na 1948 is men overgegaan op het gebruiken van een decimale code (leidraad). In 1952 werd er een nieuwe decimale code ingevoerd. Het gevolg was dat de oude en nieuwe code door elkaar werden gebruikt.
In het gezantschapsarchief zijn ook een tweetal bundels privé correspondentie van Engelandvaarders aangetroffen. Na enig speurwerk konden deze stukken worden overgedragen aan de rechtmatige eigenaars.
De verwerving van het archief
Overbrenging van een overheidsarchief
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging
Het archief van het gezantschap te Lissabon over de jaren (1759) 1888 1954 had een omvang van 89 dozen (ca.10 meter). Tijdens de inventarisatie zijn 18 dozen (2,0 meter) vernietigd volgens de vernietigingslijst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (1960).
Ordening van het archief
Bij de herinventarisatie in 1991 is besloten de stukken met de oude decimale code om te zetten naar de nieuwe decimale code. Door het gebruik van verschillende archiefcodes ontstonden overlappingen in jaartallen tussen de dossiers betreffende hetzelfde onderwerp. Dit probleem is opgelost door middel van verwijzingen.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen
Deels openbaar, deels beperkt openbaar (A).
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
  1. Creëer een account of log in.
  2. Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
  3. Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Gezantschap in Portugal (Lissabon), (1759) 1888-1954 (1957), nummer toegang 2.05.161, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Gezantschap Lissabon, 2.05.161, inv.nr. ...

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
PeriodeGezant

Archiefbestanddelen